Op haar vijfde werd Romy uit huis geplaatst. Nadat het ook bij haar vader thuis niet ging, verhuisde ze van pleeggezin naar pleeggezin. Ze maakte een tussenstop bij haar grootouders van vaders kant. Maar toen oma overleed, kwam ze opnieuw in een pleeggezin terecht. Toen gaven haar andere opa en oma aan dat ze bij hen welkom was. Romy was toen tien jaar.
Ze heeft nu een passende plek gevonden bij deze opa en oma, die haar pleeggrootouders zijn geworden. Ze hadden een ruwe start maar met hulp én tijd hebben ze een passende manier gevonden met elkaar. “Ik moest erop leren vertrouwen dat ik niet wéér weg moest” verteld Romy.
”Ik moest erop leren vertrouwen dat ik niet wéér weg moest.”
Onveilige jeugd
Romy woont nu in Hilversum met haar opa en oma en hondjes Max en Milo. Hier gaat ze ook naar het ROC. Ze volgt de BOL-opleiding voor Pedagogisch Medewerker Niveau 3. “Het lijkt me ontzettend leuk om met kinderen te werken en ze te helpen bij hun ontwikkeling.” Zelf had Romy een onveilige jeugd, als enig kind van ouders die haar geen rust konden bieden. “Ik zou willen dat ik een broer of zus had die mij had kunnen beschermen tegen wat er allemaal aan de hand was. Mijn oudere broer overleed bij zijn geboorte. Tegen de tijd dat ik bij mijn pleeggrootouders kwam wonen, was ik beschadigd. Ik kwam vaak tegen ze in opstand. Ik voelde me niet begrepen.”
Van grootouder naar opvoeder
Opa en oma wisten in het begin niet goed hoe daarmee om te gaan. Als netwerkpleegouders moesten zij ineens de rol van opvoeder gaan vervullen. De training bij Youké gaf handvatten. “Langzaam kregen we vertrouwen in elkaar en begonnen we elkaar te begrijpen. Natuurlijk is er nog steeds wel eens ruzie. Maar ik kom minder in opstand en zij zijn minder streng. Ik zie mijn moeder nu regelmatig. Dat was eerst wel eens verwarrend; ik zag haar wel, maar opa en oma waren mijn opvoeders. Waarom kon het niet zijn zoals bij andere kinderen, vroeg ik me vaak af. Nu is er meer balans en duidelijkheid. Ik ga bij mijn moeder thuis op bezoek, of ze eet hier mee. Soms, als ik ruzie heb met opa en oma, bel ik mijn moeder even. Ik kan niet zomaar bij haar op bezoek gaan, maar even appen of bellen is ook al fijn. Ondanks dat ik niet bij haar woon, houd ik veel van mijn moeder.”
“Ondanks dat ik niet bij haar woon, houd ik veel van mijn moeder.”
Ijsjes eten
“Mijn opa en oma bieden me de rust, veiligheid en focus die ik nodig heb en thuis niet kreeg” verteld Romy. “Vooral toen ik klein was deden ze er alles aan om het samen leuk te maken. We gingen nét iets vaker dan andere kinderen een ijsje halen of naar een pretpark. Ik was klein en had leuke dingen nodig. Ik heb nu mijn eigen leven opgebouwd, maar we ondernemen nog steeds veel samen.”
Afsluiten en vooruit kijken
Voor Romy’s vrienden en vriendinnen is haar gezinssituatie heel normaal. “Ze weten niet beter. Mijn vriendinnen weten niet alle details over mijn jeugd. Ik heb geen zin om daaraan terug te denken. In mijn vorige klas heb ik een keer een presentatie gegeven over wat er allemaal is gebeurd. Nu wil ik het achter me laten en afsluiten. Ik wil niet voor altijd het meisje blijven dat het zwaar had en beschadigd was. Liever kijk ik naar de toekomst! Ik wil mijn studie afmaken en werk vinden waarmee ik mezelf goed kan onderhouden. En dan wil ik wel een keer zelfstandig gaan wonen, alleen of met een vriendin. Oma vindt dat idee nog wel een beetje spannend hoor, ze voelt zich echt als een moeder voor me.”
Pleegouders kunnen veel betekenen
Voor wie overweegt pleegouder te worden heeft Romy een dringend advies. “Kijk bij een kennismaking met een pleegkind niet alleen naar de buitenkant en ga niet af op je eerste indruk. Een pleegkind heeft zoveel meegemaakt en is misschien al een paar keer afgewezen. Je kunt je niet indenken hoe dat is. Dat kan een eerste ontmoeting echt beïnvloeden. Neem de tijd elkaar goed te leren kennen en ontdek of er een match kan ontstaan. Als die er komt, dan kun je ontzettend veel betekenen voor een kind. Kijk maar naar mij!”